‘Sporthalbeheerder? Nooit van gehoord’

‘Sporthalbeheerder? Nooit van gehoord’

Krommenie- ‘Sporthalbeheerder? Nooit van gehoord’
Dat is ongeveer de opening van Marco Maars (54) als we hem vragen hoe hij in zijn functie de relatie met Zaalvoetbalvereniging FCZSW/COVEBO ervaart. Die vereniging initieerde een interview met hem inzake het jaarlijkse clubmagazine. Zijn antwoord: Die verhouding tussen beheerder en club is prima. Dat is al snel duidelijk. Gedreven als Maars is gunt hij de redactie een blik achter de schermen in het sportcentrum dat inmiddels al weer wat jaren (sedert 2006) in gebruik is. Zelfs is hij vanaf 28 oktober 2014 actief in de functie waar hij tot vlak daarvoor nog nooit van gehoord had.

‘Mijn achtergrond is er een uit de grafische wereld. Fotobewerkingen in de ruimste zin van het woord. Op zeker moment raakte dat door de teruglopende economie over en moest ik wat anders vinden. Een tip van mijn zwager zette mij op het spoor van Sportbedrijf Zaanstad.’

Het bedrijf dat vier hallen in Zaanstad beheert (Zaanstad-Zuid, Topsportcentrum De Koog, De Tref en Trias Sportcentrum) heette oorspronkelijk Stichting Zwembaden Zaanstad. Marco beschouwd de Trias hal, net als de FCZSW/COVEBO, als zijn thuishal. ‘We draaien als Sportbedrijf beheerders bij toerbeurt ook in de andere hallen. Toch breng ik de meeste tijd hier door.’

Wie het sportcentrum binnenkomt ontkomt er bijna niet aan een blik te werpen op het gebruikersschema aan de wand. Van ’s morgens 08.25 tot zeker ’s avonds 22.30 uur zijn er sporters actief. Overdag zijn dat de leerlingen van het aanpalende Trias College. Vanaf ongeveer 17.00 uur stromen de sporters binnen. Dat geeft een zeer gevarieerd beeld. Naast de zaalvoetballers maken ook korf- en volleyballers er gebruik van. Krachtsporters, gymnasten, Rhonrad specialisten, zaalhockeyers en badmintonners zijn er op verschillende tijden te vinden. In die periodes is Maars ook aanwezig om de touwtjes in handen te houden. Overigens is hij naast zaalbeheerder ook de man die het horecapunt mede beheert.

Even zittend in zijn ‘kantoor’ vertelt hij uitgebreid over de diverse gebruikers en daarbij merk je aan alles dat hij er echt lol in heeft. ‘Overdag zijn de leraren hier de beheerders, maar vanaf 16.00/16.15 uur neem ik het langzaam over. Vaste prik is dat ik dan alle zalen en kleedkamers doorloop. Ik vind het heel belangrijk dat de gebruikers in een schone hal/kleedkamer komen. Daarmee hoop ik te bewerkstelligen dat zij de accommodatie ook weer netjes achterlaten. Dat is een klus die we samen moeten doen en ik moet bekennen dat er een goede wisselwerking bestaat. Natuurlijk kom je wel eens dingen tegen die anders hadden gemoeten, maar over het algemeen draait het goed.’

Tijdens de rondleiding door het gebouw besef je pas hoeveel ruimte er is. Als argeloos toeschouwer bij een sportevenement heb je daar geen idee van. Als Maars zijn traditionele inspectieronde doet heeft hij steevast stoffer en blik bij zich. ‘Er ligt altijd wel ergens iets als kruimels, verpakking, pleisters of dat soort zaken.’

Uit zijn vorige werkomgevingen heeft hij een soort van tik overgehouden. ‘Er zijn er die het een autistisch trekje noemen….Bij mij moet recht ook daadwerkelijk recht zijn. Als ik de materiaalkasten inspecteer zal ik altijd alles even op zijn plaats zetten. Daar heb je alleen maar gemak van.’

Niet altijd laat iedereen de gebruikte materialen op correcte wijze achter. Dat zijn voor de sporthal beheerder de zogenaamde ‘Ik heb er de kracht niet voor’ momenten. Dan wordt hij overigens niet boos. Dat zit ook helemaal niet in zijn karakter. ‘Zeker niet boos’ beaamt hij. ‘Ik verwonder mij wel eens.’

Als sporter was hij zelf actief als korfballer, turner en karateka. Hij weet goed wat er komt kijken. Dat maakt ook dat hij prima contacten heeft met de diverse trainers en bestuursleden van clubs. ‘Met de trainer van Clam Dycke zet ik altijd de palen klaar om maar een voorbeeld te noemen.’

Als het rondje gedaan is ziet hij vanuit een ooghoek twee jongens met een bal op de tribune in de grote hal. Die wachten volgens eigen zeggen op de badmintonners die gaan komen. Een vermanend woordje is voldoende om de gasten zich naar de centrale hal te laten verplaatsen zonder bal. ‘Je moet altijd je oren en ogen openhouden. Het voordeel is dat ik heel veel mensen ken. Deze jongens ook. Hun ouders zijn hier ook vaak. Dat schept een band.’

Het horecapunt is belangrijk voor de sfeer in het gebouw. ‘Aanvankelijk keek ik daar wat vreemd tegenaan. Want ik had geen enkel ervaring op dat gebied. Gelukkig heb ik goede hulp gehad en voel mij hier nu helemaal thuis. Alleen al een muziekje doet wonderen.’

Nadat hij gekeken heeft of alle bestellingen zijn gearriveerd is dan ook de volgende handeling om de muziek aan te zetten. ‘Dat zorgt voor een prettigere sfeer. De hal op zich oogt wat ongezellig. We doen er met de clubs van alles aan om het gezellig te maken. En neem van mij aan dat het hier ook best een feest kan zijn’ Bij het uitspreken van die woorden glimmen zijn ogen.

In de hal ook een aantal prijzenkasten. De bekers die ooit door Krovo en VCA zijn gewonnen staan er te blinken. ‘Dat waren de voorlopers van het huidige Clam Dycke’ benadrukt Maars die opstelling.

Er is ook een soort van etalage waarin alle clubs zijn terug te vinden. Prominent daarin de poppen van Sports Academy Schreiber. ‘Dat is wel grappig. Want we zijn samen hier op dezelfde dag begonnen. Zij hebben een hele hoek van het centrum in gebruik en hebben een eigen ingang. Dat is een druk bezochte sportaccommodatie. De contacten zijn prima.’

Door het zeer gevarieerde aanbod van sporten is het soms nog wel eens puzzelen hoe alles in elkaar te laten overlopen. Sommige sporten hebben nu eenmaal meer materiaal nodig waardoor een opvolgende huurder soms niet meteen gebruik kan maken van de hal. Er zijn flink wat mogelijkheden op dat gebied. ‘Na wat aanloopproblemen zijn de diverse sporten en competities beter op elkaar afgestemd en zijn er zelden of nooit vertragingen meer. Dat werkt stukken prettiger, iedereen heeft gelukkig begrip voor elkaars situatie.’

Hij heeft geen speciale belangstelling voor een sport. ‘Als de teams van FCZSW/COVEBO aan de slag zijn kijk ik wel altijd even. Je moet toch mee kunnen praten achter de bar. Dan zie ik een gezellige club met een zeer gevarieerd ledental. In dit werk moet je er echter – net als bijna overal – zelf iets van maken. Ik voel mij hier daarom als een vis in het water.’

Die uitstraling wordt dan ook zeker opgepikt door de honderden bezoekers van het centrum. Dat maakt dat de ‘thuishal’ voor menigeen ook een echt thuis is.

Onze sponsoren

%d bloggers liken dit: