50 jaar vrouwenvoetbal bij de KNVB: De gedreven generatie van de jaren `80

 50 jaar vrouwenvoetbal bij de KNVB: De gedreven generatie van de jaren `80

Alkmaar/Zaanstreek- Er wordt dit seizoen 50 jaar vrouwenvoetbal bij de KNVB gevierd. In een serie interviews blikken ze terug met vijf pionierende hoofdrolspeelsters en schetsen een tijdsbeeld van een decennium. In het tweede item: de jaren 80 met Marleen Molenaar, linksbuiten van KFC en Oranje die later ook een belangrijke rol als sportbestuurder zou vervullen.

Elke generatie heeft haar typerende anekdotes die het vrouwenvoetbal elke keer wat verder hebben gebracht.
Jazeker, vrouwenvoetbal was in 1971 bij de KNVB tot leven gekomen, maar om lid te kunnen worden van een club moest je minimaal 16 jaar zijn. Jeugdvoetbal voor meiden bestond simpelweg niet. Marleen Molenaar (58) rijgt de anekdotes daarover aaneen. Over die keren dat ze als tenger, maar talentvol voetballertje aan de kant stond en niet mee mocht doen. Simpelweg omdat ze meisje was.

Elk verhaal besluit ze met de mededeling dat ze niet de enige was die dat meemaakte. “Ook Vera Pauw, Sarina Wiegman en mijn ploeggenoten bij KFC kunnen die verhalen oplepelen. Maar ook de pioniers voor ons en zelfs de huidige internationals zoals Lieke Martens. Dat soort verhalen en anekdotes zijn altijd nodig geweest zodat zaken werden opgemerkt en wereldkundig werden gemaakt. Dat is het mooie in de tijdlijn van 50 jaar vrouwenvoetbal. Elke generatie heeft haar typerende anekdotes die ons wel elke keer wat verder hebben gebracht.”

Als manager vrouwenvoetbal vierde Marleen Molenaar met AZ en Ajax in totaal vier landstitels in de Eredivisie Vrouwen.
Voetbalfamilie


Krantenknipsel uit De Telegraaf.

De uitspraak was Rinus Michels.
Die van Molenaar zijn bijzonder kleurrijk, omdat ze zich vaak afspeelden in het publieke oog. Ze groeide op in een voetbalcultuur. Vader Cees en oom Klaas waren de oprichters en eigenaars van profclub AZ, zaterdag stipt om 18.00 uur werd er gekeken naar de Duitse Sportschau en eenmaal uit school toog ze elke dag met haar zeven jaar oudere broer in Bussum naar de Groene Long (“een hobbelig konijnenveld”) om te voetballen. Fanatiek, behendig en gezegend met een verfijnde techniek. Haar jeugd ademde voetbal. Maar lid worden van een club mocht niet, zolang ze nog geen 16 was. “Het was zoals het was”, blikt Molenaar terug. “Ook mijn vader heeft daar nooit werk van gemaakt, ook al zat hij dicht op het vuur.”

Hoe oneerlijk het eigenlijk allemaal is, werd langzaamaan in bredere kring steeds duidelijker. Zoals die keer in 1976 dat er op het veld van de Alkmaarderhout voor aanvang van AZ-PSV de finale van de TROS Penaltybokaal werd gehouden. Pim Doesburg stond op doel, Frans Derks was de scheids en Theo Koomen de omroeper. De finalisten – allen jongens – mochten aanleggen, waarna de winnaar naar de Europese finale op Wembley ging. Het leek vader Cees wel leuk als zijn 12-jarige dochter buiten mededinging drie pogingen mocht wagen. Zonder enige nervositeit joeg Marleen ze alle drie knalhard tegen de touwen, waarvan twee strak in de kruising. Terwijl de ‘echte’ winnaar slechts twee van zijn vijf strafschoppen raak schoot en naar Wembley ging. Langs de kant ontstond consternatie. “Hier klopt iets niet, zeiden KNVB-officials.”


Onder het oog van een volle Alkmaarderhout schiet de 12-jarige Marleen hier een van haar drie rake panalty’s in de kruising. Doelman Piet Doesburg heeft geen kans.
Mannen in pak
Iets soortgelijks maakte Molenaar mee bij het schoolvoetbal, in haar eerste jaar op de middelbare school. Met de jongens uit haar klas stoomde ze veelscorend door het toernooi en de finale werd bereikt. “Maar vlak voor de aftrap kwamen er opeens twee mannen in KNVB-pak het veld op. Er was een klacht ingediend. Volgens de reglementen was het toernooi alleen voor jongens. “Ik was niet eens verdrietig. Het waren blijkbaar de regels. Maar ik vond het natuurlijk wel jammer, want ik had zo vreselijk veel zin in die finale. Na afloop spraken veel mensen er schande van. En prompt, een jaar later was er officieel schoolvoetbal voor meisjes. Zo zie je, je hebt vaak van die incidenten nodig om zaken in beweging te brengen.”

Via het schoolvoetbal kwam ze uiteindelijk op 15-jarige leeftijd bij haar eerste vereniging De Vesting terecht. Met dispensatie mocht ze met het eerste vrouwenteam meedoen. Een jaar later verkaste Molenaar naar KFC uit Koog aan de Zaan. Niet alleen de vereniging van de familie Molenaar, maar in de jaren 80 ook een toonaangevende club in de top van het vrouwenvoetbal. Met KFC won ze driemaal de KNVB Beker (1985, 1989, 1993). Bekende teamgenoten waren Marjoke de Bakker, Anja van Rooijen-Bonte, Christa Nannings en Miranda Noom.


Het succesvolle KFC uit Koog aan de Zaan in de jaren 80, met Marleen Molenaar staand vierde van rechts. — Eigen foto.
Vrouwentak pijler van KFC
Je hebt mensen nodig die het zien zitten. Die groter kunnen denken, visie hebben en toekomst kunnen bieden.
“Dat was zo’n goed team. We genoten enorm van het voetbal en hadden er alles voor over. Nooit hadden we het gevoel dat we er maar een beetje bij hingen. Integendeel, we waren echt een pijler van de club. Natuurlijk ook dankzij onze successen. Je kan wel van alles willen, maar dat gaat wel gepaard met prestaties leveren. En, ontzettend belangrijk, je hebt mensen nodig die het zien zitten. Die groter kunnen denken, visie hebben, toekomst kunnen bieden en dat vervolgens in de club kunnen implementeren. Bij KFC was dat bijvoorbeeld sponsor Leen Tijsterman (Waterwerken) die jarenlang op het shirt prijkte en veel zaken voor ons regelde.”


Marleen Molenaar speelde zes jaar voor Oranje.
De echte voetbaltechnische en professionele ontwikkeling in die jaren 80 vond volgens Molenaar met name plaats bij het Nederlands elftal. Onder leiding van bondscoach Bert van Lingen trainden de beste speelsters van het land twee keer in de week met elkaar. “Hij bereidde alles tot in de kleinste details voor. Wij maakten zichtbaar stappen en namen dat niveau weer mee naar de clubs. Dan zie je dat de randvoorwaarden steeds beter worden. De bal, de scheidsrechter, de kleding, spelen op het hoofdveld, op trainingskamp.”

“Het grote verschil met nu is echter dat wij echt amateurs waren en gewoon allemaal een baan hadden. Dan kapte ik om 15.00 uur haastig een zakelijk overleg af, want om 18.00 uur werd ik bijvoorbeeld in Sittard verwacht voor de training met Oranje. Het was misschien gekkenwerk, maar we deden het vanuit commitment en intrinsieke motivatie. Je was met iets bezig wat je ongelooflijk leuk vond.”

Eredivisie Vrouwen cruciaal
Molenaar had altijd de ambitie om het Nederlands elftal te halen. Ook als een soort belofte aan haar in 1979 overleden vader. In haar vroege carrière zat een zware enkelblessure haar dwars, maar in 1986 haalde Van Lingen haar opnieuw bij de selectie. Molenaar kwam als linksbuiten tot 16 interlands. Bij Oranje ontbrak het in die tijd echter aan deelname aan een eindtoernooi. “We waren er voor het EK 1991 heel dicht bij. Tegen Denemarken, in Denekamp. Eén tegentreffer, ver in blessuretijd, kostte ons het EK. Daarom is het ook zo belangrijk dat de Eredivisie Vrouwen er in 2007 onder auspiciën van Vera Pauw en Priscilla Janssens echt doorheen is gedrukt. Het heeft echt alles veranderd voor het vrouwenvoetbal in Nederland. Zonder die Eredivisie had ik nog moeten zien of we in 2017 Europees kampioen zouden zijn geworden.”

Molenaar ging vanaf het begin mee in dat Eredivisieavontuur en werd manager vrouwenvoetbal bij AZ (2007-2010). In Alkmaar werden drie landstitels op rij gevierd. Later zette ze de structuur bij Ajax (2012-2017) op poten en ook daar kwamen de prijzen: twee KNVB Bekers en de eerste landstitel in 2017. “Ik ben er trots op dat ik als speelster in het Nederlands elftal heb gespeeld. En ik ben blij dat ik later als bestuurder heb mogen bijdragen aan de huidige ontwikkelingen. Maar we zijn er nog niet hè. Er zijn nog vele stappen te zetten, zeker ook op clubniveau inzake het aanhaken bij de internationale top. Een mooie uitdaging.”


Als supporter van Oranje. “Brok in mijn keel tijdens EK.”
De gewetensvraag of ze liever in de huidige tijd had willen voetballen, is bepaald geen lastige. “Ja, heel erg graag!” reageert Molenaar die momenteel actief is als onafhankelijk distributeur in voedingssupplementen. “Zaken als krachttraining, gerichte voeding, suppletie etc. hadden wij allemaal niet. Persoonlijke ontwikkeling, expertise op elk vlak. Het maximale uit jezelf halen, de erkenning, waardering en acceptatie van vrouwenvoetbal in het algemeen. Weet je nog, die openingswedstrijd van het EK 2017 in Utrecht? Die enorme mensenmassa in het oranje; op straten, pleinen en in het stadion. Ik dacht: wat gebeurt hier in hemelsnaam? En zat daar met een enorme brok in mijn keel. Aan dat grote succes hebben alle pioniers in het vrouwenvoetbal, in alle generaties, bijgedragen.”

GEMENGD VOETBAL
Een belangrijke stap in de ontwikkeling van het meiden- en vrouwenvoetbal was de introductie van gemengd voetbal in 1986. Deze stap maakte het mogelijk om jongens en meiden tot en met 12 jaar met en tegen elkaar te laten spelen. Gemengd voetbal breidde zich in de daaropvolgende jaren uit naar de competities voor de oudere jeugdcategorieën. Deze maatregel zorgde ervoor dat meiden in ieder dorp en in iedere wijk van een stad in staat waren om zich aan te sluiten bij een voetbalclub.


Foto: De Oranjevrouwen, eind jaren 80. Marleen Molenaar (staand, derde van links) in gezelschap van onder anderen Marleen Wissink, Vera Pauw, Marjoke de Bakker en Sarina Wiegman. – Foto: KNVB Media

De Redactie

Meer voetbalnieuws